Urban Social Exclusion Research
home > kennisbank

Knowledge base

Knowledge base content

RESULTS

  • 1
  • 2
  • 3
  • De nachtopvang is de meest laagdrempelige vorm van opvang voor dak- of thuisloze volwassenen in Utrecht. De crisisopvang biedt eveneens tijdelijke opvang voor deze groep, maar is minder laagdrempelig. Omdat de crisisopvang ook gericht is op gezinnen met kinderen, worden mensen met acute psychische problemen of een actieve verslaving die het herstel kan belemmeren daar niet toegelaten.

    In 2015 is onderzoek gedaan naar de wachtlijsten in de Utrechtse keten van opvang en beschermd wonen. Om een goed beeld te krijgen van de zorgbehoefte van de cliënten van de nachtopvang en de crisisopvang heeft de gemeente Utrecht opdracht gegeven tot een beeldvormend onderzoek in de nachtopvang en de crisisopvang van Stichting De Tussenvoorziening. Voor dit onderzoek zijn 92 mensen door een onafhankelijke arts-onderzoeker gezien. Dit rapport beschrijft de belangrijkste uitkomsten en laat op grond daarvan zien hoe de zorg en ondersteuning voor deze doelgroep in de Utrechtse context zou kunnen worden verbeterd.

     

    1 January 2018
    Coline van Everdingen
    Type: Afgesloten onderzoek
  • Bij erg koude weersomstandigheden wordt de zogenoemde Winterkouderegeling van kracht. Er zijn dan extra opvangplekken beschikbaar in de nachtopvang en de regels voor toelating tot de opvang worden versoepeld. Dit is een goede gelegenheid om een momentopname te maken van alle daklozen in Rotterdam en dit te vergelijken met eerdere jaren. Deze daklozenenquête is op hetzelfde moment ook uitgevoerd in Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Hierover verschijnt een afzonderlijke rapportage.

    3 November 2017
    Eva Mandos, Maaike Dujardin
    Type: Afgesloten onderzoek
  • In de winterperiode regelt de gemeente samen met de instellingen voor maatschappelijke opvang (MO) extra slaapplaatsen voor daklozen die zelf geen onderdak kunnen vinden. Het gaat om een extra regeling naast het structurele aanbod aan nachtopvang. Gebruikers van de winteropvang krijgen een bed, een warme maaltijd en ontbijt. De overnachting in het kader van de winteropvang is kosteloos. De winteropvang vond dit jaar plaats in de voormalige gevangenis aan de Havenstraat. De winteropvang werd uitgevoerd door het HVO-Querido en het Leger des Heils in de periode vanaf 28 november 2016 tot en met 31 maart 2017.

    In dit rapport wordt de winteropvang van 2016/2017 en de mensen die hier gebruik van maakten beschreven. Daarnaast zal in dit rapport worden weergegeven in hoeverre de winteropvang invloed heeft op het aantal buitenslapers in de stad, in hoeverre het gebruikt wordt door mensen die kwetsbaar zijn en wat voor aanpalende hulpverlening geleverd wordt tijdens de winteropvang.

    31 May 2017
    Marcel Buster, Tim Oosterveer
    Type: Afgesloten onderzoek
  • Op 19 januari 2017 is in de vier grote steden (G4: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht) en Delft het Winterkoudeonderzoek uitgevoerd. Het was de vierde keer dat de G4 het onderzoek gezamenlijk, op vergelijkbare wijze en op dezelfde dag, heeft uitgevoerd. Het winterkoudeonderzoek geeft inzicht in de kenmerken en problematiek van de groep feitelijk daklozen*. De winter biedt bij uitstek de gelegenheid voor dit onderzoek, omdat het dan bij de opvangvoorzieningen een stuk drukker is en er ook mensen komen die normaal gesproken

    buiten slapen.

    Het doel van het Winterkoudeonderzoek is om zicht te krijgen op de aard en omvang van de feitelijk daklozen. Deze Haagse rapportage geeft een beeld van de feitelijk daklozen in Den Haag.

    3 April 2017
    Maartje Keetman, Roelien Breuker, Regina vd Meer
    Type: Afgesloten onderzoek
  • Per 1 januari 2015 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in werking getreden. Hiermee is naast de financiering voor de Maatschappelijk Opvang (MO), ook de financiering van Beschermd Wonen (BW) bij de (centrum)gemeenten komen te liggen. Voor de verdeling van de middelen over de gemeenten wordt een verdeelmodel opgesteld. In dit onderzoek wordt gekeken welke rol stedelijkheidsgraad hierin moet spelen en via welke wegen stedelijkheid de zorgvraag en de kosten beïnvloedt. Het onderzoek baseert zich op de literatuur en expertconsultatie.

    Via vier verschillende paden lijken stedelijke factoren de vraag naar BW en MO te beïnvloeden. 

    1. Een hogere prevalentie van GGZ-problematiek in de stad.

    2. Hogere complexiteit van GGZ-problematiek in de stad

    3. Hogere prevalentie van huisvestingsproblematiek in de stad

    4. Regionale verschillen in kosten voor MO/BW zorg

    De literatuur onderschrijft de eerste drie paden. Dit geldt niet voor het vier pad. Hoewel de kosten per inwoner hoger zijn , kon dat niet onderbouwd worden voor de kosten per cliënt.

    Al met al lijken verschillen in sociaaldemografische factoren, een mogelijke aanzuigende werking van de stad en stresserende kenmerken van de stad zelf tot een hogere prevalentie en complexiteit van GGZ- en huisvestingsproblematiek in de stedelijke gebieden te leiden. Gezamenlijk zou dit tot een hogere vraag naar BW en de MO kunnen leiden, aangezien juist degenen met de meest ingewikkelde GGZ-problematiek en huisvestingsproblematiek gebruik zullen maken van voorzieningen zoals BW en de MO. Hoewel er sprake is van zowel kostenverlagende als kostenverhogende factoren voor de zorg in de stedelijke gebieden, lijkt het aannemelijk dat een combinatie van een hogere prevalentie en complexiteit van GGZ- en huisvestingsproblematiek ertoe leidt dat er in de stedelijke gebieden sprake is van hogere kosten voor BW en de MO per inwoner. Hiermee zou rekening gehouden moeten worden bij de verdeling van de middelen.

    15 February 2017
    Yvonne Hendriks, Matty de Wit, Addi van Bergen
    Type: Afgesloten onderzoek
  • In dit onderzoek is het delict gedrag na ontslag uit detentie van een groep van ongeveer 200

    Amsterdamse ex-gedetineerden bestudeerd. De incidentie van delicten is geschat en er is gezocht naar

    determinanten van recidive. Het doel van het onderzoek was een bijdrage te leveren aan het terugdringen

    van recidive door aanknopingspunten te vinden voor een betere aansluiting van subgroepen

    ex-gedetineerden met verschillende vormen van aanbod.

    De onderzochte groep heeft in 2010 als respondent deelgenomen aan een onderzoek naar het voorkomen

    van sociale en medische problematiek onder gedetineerden. Daarbij is ook de aanwezigheid van hulp en

    zorg en de invloed van een detentieperiode daarop onderzocht. Inmiddels is ongeveer vijf jaar verstreken

    sinds hun ontslag uit detentie in 2010. Over deze periode zijn alle door de politie Amsterdam-Amstelland

    geregistreerde incidenten opgevraagd.

    Zo kon het voorkomen van recidive worden geschat en kon worden gezocht naar determinanten van

    recidive. Een focus is gelegd op misdrijven, High Impact Crimes (HIC) en de snelheid van recidive.

    Verwacht werd dat nieuwe detentieperiodes van invloed zijn op het totaal aantal gepleegde delicten

    binnen een vastgelegde tijdsperiode. Daarom is rekening gehouden met hoeveel tijd ex-gedetineerden in

    deze vijf jaar na ontslag uit detentie in totaal in vrijheid, en dus ook opnieuw in detentie, hebben

    doorgebracht.

    1 December 2016
    Menno Segeren, Matty de Wit
    Type: Afgesloten onderzoek
  • Sociale uitsluiting blijkt een omvangrijk probleem. In Den Haag heeft gemiddeld één op de negen volwassenen hiermee te maken. Sociale uitsluiting betekent een stapeling van problemen op het gebied van sociale participatie, toegang tot sociale grondrechten, materiële deprivatie en culturele inpassing. Voorts blijkt sprake van een sterke relatie tussen sociale uitsluiting en gezondheid: 86% van de sociaal uitgesloten Hagenaars kampt met gezondheidsproblemen.
    Zelfregie en eigen kracht zijn zorgwekkend en het gebruik van professionele zorg is niet vanzelfsprekend. Dit artikel geeft een beeld van hoe vaak en bij wie sociale uitsluiting
    voorkomt, bevat citaten van mensen die tot deze kwetsbare groep behoren en geeft de reacties van professionals en beleidsmakers. De onderzoekers achten de sociaal uitgesloten burgers bij uitstek een doelgroep voor de sociale wijkteams. Deze staan immers voor een outreachende aanpak en hulp bieden zonder dat er sprake is van een actieve hulpvraag.

    8 October 2015
    Addi van Bergen en Renske Gilissen
    Type: Afgesloten onderzoek
  • In de regio Midden Westelijk Utrecht zetten betrokken partijen zich in voor deelname aan een inclusieve samenleving. Een samenleving waarin ook mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) een volledig, volwaardig en betekenisvol leven kunnen leiden als actieve en betrokken burgers (Convenant Volwaardig Burgerschap). Dit vraagt aan de partijen om samen in wijken en buurten te bouwen aan een divers palet van ‘herstelondersteuning’, ter bevordering van zelfzorg en zelfmanagement en ter vergroting van kansen op herstel en maatschappelijke participatie voor psychisch kwetsbare mensen. Waarbij van belang is dat het sociale domein en het zorg (behandeling én begeleiding) domein elkaar vinden en samenwerken. En waarin de inzet van ervaringsdeskundigheid en naastbetrokkenen een rol van betekenis krijgt. Dit impliceert dat initiatieven van (ex) cliënten / ervaringsdeskundigen een nadrukkelijk onderdeel zijn van het zorgnetwerk. Daarnaast is er expliciete aandacht voor etnisch-culturele diversiteit belangrijk, daar binnen de huidige EPA-doelgroep sprake is van oververtegenwoordiging van bepaalde groepen migranten.
    Zorgverzekeraar Zilveren Kruis (voorheen Achmea), Gemeente Utrecht (als centrumgemeente) , Altrecht, Kwintes, Lister, Victas en het Platform Volwaardig Burgerschap GGZ Utrecht hebben zich verenigd in de Task-force EPA. Deze task-force maakte dit document.

    24 September 2015
    Taskforce EPA Midden Westelijk Utrecht
    Type: Afgesloten onderzoek
  • Nowadays, homelessness is predominantly a local responsibility. The policy challenges that local authorities face in dealing with this issue are complex or, according to some commentators, can even be described as "wicked". Until recently, local authorities have had limited success in addressing homelessness for reasons including a lack of information and fragmentation of services, to name but two. In a new attempt to face up to these challenges, several northern European metropolises have published similar strategic approaches to ending homelessness. By studying their policy, structure and management style, this volume focuses on the impacts and outcomes of these new governance arrangements on the quality of service provision. By comparing and evaluating the different approaches in governance, the author provides deeper insight into exactly which elements of administrative and political approaches, or which governance arrangements, are most effective in this respect and how social results can be improved in general. In this way this study makes an important contribution to the academic debate on the optimum organization of governance arrangements. This volume also provides a critical perspective on current decentralising trends and contains a plea for a corporate, instrumental approach towards governance arrangements on homelessness. The author (Nienke Boesveldt http://www.nienkeboesveldt.com/) concludes that the social relief sector should be functioning as a trampoline, not as a last resort.

    22 July 2015
    Nienke Boesveldt
    Type: Afgesloten onderzoek
  • De sterfte onder daklozen is aanzienlijk hoger dan die in de algemene bevolking. De gemeente Rotterdam nam vanaf 2006 maatregelen om het forse aantal dak- en thuislozen in de stad terug te dringen en om passende zorg, inkomen en huisvesting voor hen te arrangeren. Hierdoor zijn de leefomstandigheden van deze kwetsbare groep aanzienlijk verbeterd. Onderzocht is of deze maatregelen ook van invloed waren op de sterfte onder daklozen.

    22 July 2015
    Marcel T. Slockers, Wilma J. Nusselder, Caspar W.N. Looman, Colette J.T. Slockers, Luuk Krol en Ed F. van Beeck
    Type: Afgesloten onderzoek
  • 1
  • 2
  • 3