Urban Social Exclusion Research
Home > Lopend en afgesloten onderzoek

Lopend en afgesloten onderzoek

De hieronder geschetste projecten betreffen zowel lopend als afgerond onderzoek. Publicaties van afgerond onderzoek kunt u vinden op deze website in de Kennisbank >>

 

Sociaal uitgesloten burgers aan het woord

In 2013 is mede met financiering van G4 USER een meetinstrument ontwikkeld om sociale uitsluiting te meten in gezondheidsenquetes. De resultaten hiervan laten culturele verschillen zien die niet verklaard kunnen worden. Dit roept de vraag op of de sociale uitsluitingsindex cultureel valide is. Interviews met de betrokkenen zelf kunnen een waardevolle aanvulling geven op reeds geplande validatieanalyses. Daarnaast mist inzicht in de ervaringen en perspectieven van degenene die sociaal uitgesloten zijn. Hoe kijken zij tegen hun situatie aan, welke toekomstmogelijkheden zien zij voor zichzelf en welke hulp kunnen zij daarbij gebruiken? In de periode van januari tot juli 2014 worden semi gestructureerde interviews uitgevoerd in Den Haag, Amsterdam en Utrecht en de resultaten besproken in focusgroepen met deskundigen.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door de GG&GD Utrecht onder leiding van Addi van Bergen: a.van.bergen@utrecht.nl




Betrouwbaarheid en validiteit van het nieuwe ZRM supplement 'Ouderschap'

 In 2013 is een supplement op de ZRM ontwikkeld om te kunnen scoren in hoeverre ouders zelfredzaam zijn in de zorg voor hun kinderen. Deze domeinen zijn ontwikkeld op basis van
 literatuurstudie en expertraadpleging en worden momenteel gebruikt door een aantal partijen. Met financiering van G4 USER wordt onderzoek gedaan naar de validiteit van dit supplement en naar de eventuele benodigde aanpassingen. Het onderzoek vindt plaats van februari tot april 2014.

Meer informatie bij Matty de Wit, MdWit@ggd.amsterdam.nl



 

Afgewezen bij de centrale toegang MO en dan?

Sinds enkele jaren wordt bij de centrale toegang voor de maatschappelijke opvang gescreend in hoeverre mensen die zich melden tot de OGGZ-doelgroep behoren.

De groep die hiertoe niet behoort, krijgt geen toegang tot de MO, maar krijgt of geen aanbod omdat wordt ingeschat dat zij het zelfstandig kunnen redden, of krijgt een andersoortig aanbod, zoals maatschappelijke dienstverlening. Onduidelijk is echter in hoeverre het hier een doelgroep betreft die op het moment van aanmelding nog zelfredzaam is, maar door de moeilijke omstandigheden deze zelfredzaamheid niet lang zal kunnen behouden en alsnog afglijdt naar de OGGZ-doelgroep. Het onderzoek biedt inzicht in het deel van de groep dat alsnog tot de OGGZ groep gaat behoren en ZRM-scores bij aanvangsscreening die dit mogelijk kunnen voorspellen.

Tevens zal met dit onderzoek een overzicht worden geboden van de interventies die in de verschillende steden worden ingezet voor deze doelgroep. Het onderzoek bouwt voort op de eerste analyses van de ZOOM-database (ZelfRedzaamheidMatrix Ontwikkeling Onderzoek en Monitoring) waarin wordt gekeken hoe de groepen die zich aanmelden bij de centrale toegang in de G4 zich onderling verhouden en welke selecties worden gemaakt tussen OGGZ en niet-OGGZ. De niet-OGGZ groep wordt verder gevolgd op een aantal negatieven en positieve indicatoren die inzicht bieden in het vervolgtraject. Indien mogelijk wordt het aanbod aan de onderzoeksgroep inzichtelijk gemaakt en gekoppeld aan de uitkomsten.

Het onderzoek richt zich op de groep met regiobinding en beschrijft de situatie in alle vier de steden. Het onderzoek vindt plaats in de periode februari – mei 2014.
 

Meer informatie bij Matty de Wit: MdWit@ggd.amsterdam.nl 




Vraagsturing door Ervaringscoaches

In Utrecht wordt de meerwaarde van het project vraaggestuurd werken met ervaringscoaches in de OGGZ onderzocht. Aanleiding voor dit onderzoek is het nieuwe client – gestuurde Utrechts project ‘Doen en Laten, brengt je thuis!’ waarin voormalig cliënten uit de OGGZ worden opgeleid tot ervaringscoaches die vanuit hun eigen kennis en wederzijds begrip contacten leggen met wijkbewoners die met dezelfde hulpvraag rondlopen.

Doel is mensen die weer zelfstandig gaan wonen op eigen kracht te laten wonen en participeren als burger in de wijk. In de wijken Zuilen, Overvecht en Kanaleneiland in Utrecht vormt cliëntenorganisatie De Achterkant ervaringsgroepen. Iedere groep bestaat uit 12 mensen die gemiddeld één keer per week bij elkaar komen. De ervaringsadviseurs zijn de begeleiders. Het project richt zich op mensen in de wijk die een moeilijke periode in hun leven hebben meegemaakt, waarbij ze hulpverlening nodig hadden op het gebied van maatschappelijke opvang, psychiatrie of verslavingszorg.

Het project ‘Doen en Laten’ (de training van voormalig OGGZ cliënten en de uitvoering) wordt gefinancierd door het OGGZ particiatiefonds Utrecht, Fonds NutsOhra en de Gemeente Utrecht. Vanuit de gemeente Utrecht bestaat er nu de behoefte om de (meer)waarde van deze nieuwe aanpak en werkwijze in kaart te brengen.

In een tijdsbestek van 3 maanden wordt een eerste inzicht verkregen in/ mogelijke aankopingspunten voor succes- en faalfactoren van de cliëntgestuurde pilot ‘Doen en Laten’. Wat lijkt goed te werken en wat niet? Welke meerwaarde heeft deze aanpak op een vergelijkbaar traject via professionals? Leent de pilot zich voor een uitrol naar andere steden? Onder welke voorwaarden? Is vervolgonderzoek nodig?

Meer informatie over dit project bij d.reinking@gemeenteUtrecht.nl


 

Suicidepreventie in de G4

In het onderzoek 'Suicide in de vier grote steden 1969-2012: omvang en trends' dat is uitgevoerd door de GGD Den Haag met financiering van G4-USER, komen verschillen naar voren die niet kunnen worden verklaard door een andere populatieomvang of leeftijdsopbouw. Verklaringen moeten daarom worden gezocht in een verschillende verdeling van andere risicofactoren, zoals de verdeling van alleenstaanden, werklozen, laag betaalden, etnische groepen etc.

Met financiele ondersteuning van G4 USER heeft de GGD Den Haag samen met het CBS onderzoek gedaan naar de achtergrondkenmerken van Nederlandse inwoners die in de periode van 2002-20011 door zelfdoding zijn overleden. Opvallende uitkomst van het onderzoek is het sterk verhoogde voorkomen van zelfdoding bij mensen met een arbeidsongeschiktheids-, werkloosheid- of bijstandsuitkering. Hoofdonderzoeker Renske Gilissen is door vrijwel alle media geinterviewd over dit onderzoek. 

Vanuit de Gemeente Den Haag is betroken Etienne Huberts (beleid) Renske Gilissen, Irende Burger, Marian Luinstra, Geertje Ariens (allen GGD Den Haag), Bert van Hemert (LUMC) en vanuit het CBS Kim de Bruin, Hilda Folkerts.

Voor meer informatie kunt u terecht bij de projectleider en onderzoeker Renske Gilissen, Renske.gilissen@denhaag.nl


 

Peer research in het volwassenen OGGZ onderzoek

Peer research, het inschakelen van leden uit de groep waarop het onderzoek betrekking heeft, is binnen het volwassenen onderzoek in de OGGZ in Nederland, een weinig toegepaste methode. Van recente datum en nieuw voor Nederland is peer research met een longitudinaal karakter waaraan volwassen peers deelnemen. Binnen G4 USER betreft het het project alleenstaande mannen in de bijstand.

De GG&GD Utrecht, het Trimbos-instituut en de Stadsbrug zijn in 2012 gestart met het (ex-)daklozen panel Meetellen in Utrecht. Beide onderzoeksprojecten worden geevalueerd met als doel te komen tot aanbevelingen voor de opzet, organisatie en uitvoering van peer research in de OGGZ.

Vanuit Amsterdam zijn betrokken: Matty de Wit, Tjerk Kamann (beiden GGD Amsterdam) en vanuit Utrecht Dick Reinking en Addi van Bergen (beiden GG&GD Utrecht), Harry Michon (Trimbos instituut, projectleiding OGGZ-panel Utrecht), Annemieke Dijk en Thomas Jacometti (Stadsbrug Utrecht, coordinatie peers Utrecht).

Voor meer informatie kunt u terecht bij de projectleider Addi van Bergen, GG&GD Utrecht, a.van.bergen@utrecht.nl


 


Het meten van sociale uitsluiting in de G4 (en daarbuiten) met gezondheidsenquetes

Sociale uitsluiting is een belangrijk thema vanuit de OGGZ en een onderdeel van de OGGZ monitor, maar een geschikt meetinstrument voor toepassing in gezondheidsenquêtes ontbrak.

Onder projectleiderschap van de GGD Utrecht is een landelijk toepasbaar instrument ontwikkeld dat GGD-en in staat stelt sociale uitsluiting in de bevolking te meten. Uit de eerste meting via 18 deelnemende GGD-en waarmee 63% van de Nederlandse bevolking is betrokken, blijkt dat sociale uitsluiting meer voorkomt in de grote steden, dat risicogroepen voor sociale uitsluiting onder andere mensen van niet westerse herkomst zijn, personen met een uitkering (werkloos, arbeidsongeschikt, bijstand), met een laag opleidingsniveau en/of wonend in een achterstandswijk. En tenslotte dat er een sterke relatie met gezondheid is.

Voor meer informatie over dit instrument neem contact op met projectleider Addi van Bergen: a.van.bergen@utrecht.nl


  



Participatie van de doelgroepen in de OGGZ: het meest adequate meetinstrument

Participatie van kwetsbare mensen in de samenleving is één van de prioriteiten van de tweede fase van het Plan van Aanpak MO. In de beleidsdiscussies is er vooralsnog weinig eenduidigheid in wat participatie inhoudt en hoe zich dit verhoudt tot concepten als herstel, empowerment en zelfredzaamheid.

Dit onderzoek geeft een overzicht van bruikbare en betrouwbare instrumenten voor het meten van participatie en herstel van sociaal kwetsbare mensen, als hulpmiddel in de gemeentelijke beleidsontwikkeling en besluitvorming inzake de bepaling en monitoring van ‘participatie’ van burgers.

Voor meer informatie over dit onderwerp neem contact op met de projectleider Judith Wolf: judith.wolf@radboudumc.nl


 

Monitoring en preventie van suïcide in de G4

Onder leiding van het LUMC en de GGD Den Haag is met financiele bijdrage vanuit het Klein maar Fijn budget van G4 USER, gestart met de monitoring en preventie van suïcide vanuit de publieke gezondheidszorg in de G4. In Nederland zijn grote regionale verschillen in de wijze waarop preventie van suïcide wordt uitgevoerd.

Doel van dit project is het opzetten van een systematische monitoring van suïcides voor Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht, bestaande uit:

  • Het systematisch bepalen van de gestandaardiseerde incidentie van suïcide naar leeftijd, geslacht, etniciteit en huwelijkse staat;
  • Het vaststellen van de lokale suïcidetrends over de tijd;
  • Het vaststellen van een benchmark ten opzicht van de gemiddelde Nederlandse incidentie van suïcide, en;
  • Het identificeren van lokale risicofactoren en risicosituaties, die aanknopingspunt kunnen zijn voor suïcidepreventie.


Het onderzoek wordt uitgevoerd in de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. In alle gevallen van een (vermoeden op) suïcide schouwen gemeentelijke lijkschouwers het stoffelijke overschot en beoordelen de omstandigheden van overlijden. Dit met het doel een eventuele onnatuurlijke dood (waaronder suïcide) vast te stellen. Hiervan wordt systematisch verslag gedaan. Dit levert belangrijke (aanvullende) informatie op voor analyse van risicosituaties en – omstandigheden van fataal suïcidaal gedrag.
 

Meer informatie over dit onderzoek >>


 

Aanpak woningvervuiling en effectiviteit in de G4

De aanpak van woningvervuiling en het voorkomen van recidieven verschilt per stad. Evidence-based richtlijnen ontbreken. In Rotterdam zijn er bijvoorbeeld jaarlijks twee gevallen van een gedwongen schoonmaak in verband met woningvervuiling en in Amsterdam zouden dit er 100 zijn. Het is niet bekend wat de overige verschillen in werkwijze zijn bij de aanpak woningvervuiling door de GGD-en van de G4.

In dit pilot onderzoek getrokken door GGD Rotterdam en de Erasmus Universiteit en ondersteund vanuit het Klein maar Fijn budget van G4-USER wordt de eerste stap gezet voor een vergelijkend onderzoek tussen de vier grote steden naar verschillen in aanpak van woningvervuiling en de effectiviteit ervan.


 

Overlastgevende alcoholisten: wat is een goed hulpaanbod? 

Elke stad heeft een groep chronisch alcoholisten die in de openbare ruimte alcohol gebruiken, overlast veroorzaken en zichtbaar teloorgaan ten gevolge van hun alcoholgebruik en leefstijl.

Het betreft een groep die veel in contact komt met politie en, naast andere problemen, vooral een gebrek hebben aan zinvolle dagbesteding. Er zijn verschillende initiatieven om voor deze doelgroep een hulpaanbod te creëren, maar een goed samenhangend aanbod is nog niet aanwezig.
 

Dit project beoogt de verschillende initiatieven en de ervaringen met hulpverlening aan deze doelgroep in binnen- en buitenland kaart te brengen en te komen tot een advies voor hulpverlening aan deze groep.

Meer informatie over dit project >>


 


Onderzoek Winterkoudeopvang

De meeste voormalig daklozen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hebben via het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang op dit moment huisvesting, legale inkomsten en zorg. Desondanks slapen er nog mensen buiten.

Dit zijn er volgens schattingen minder dan vorig jaar (250 versus 290). Bijna driekwart van de daklozen die in 2012 buiten slaapt heeft geen regiobinding met de stad en kan daardoor geen rechtmatig beroep doen op structurele zorg. Het aandeel daklozen uit de nieuwe EU lidstaten stabiliseert rond gemiddeld 22%. Dit blijkt uit onderzoek in de G4 door de Academische Werkplaats G4-USER.

Dit onderzoek, waarin het aantal daklozen en hun kenmerken in kaart worden gebracht, is de afgelopen winterperiode voor het tweede jaar uitgevoerd. Download het rapport in PDF >>
 .




Project Mankracht
Hoe is de leef- en gezondheidssituatie van alleenstaande mannen met een bijstandsuitkering? Dit wordt onderzocht in het project Mankracht. Het project is in 2008 gestart en wordt uitgevoerd door de GGD Amsterdam en INGeest/VU MC. De eerste meting is inmiddels afgerond en de resultaten zijn teruggekoppeld via een symposium. Een tweede meting onder dezelfde respondenten zal in 2012 plaatsvinden, met financiering van ZonMw.

In dit project is een deel van de doelgroep getraind om samen met de onderzoekers het onderzoek uit te voeren.

Waarom dit project? Lees hier verder >>


 


Onderzoek voorspellers van huisuitzetting vanwege huurachterstand en profielen van huishouden met een hoog risico op huisuitzetting

Wat zijn voorspellers en risicofactoren bij huisuitzetting wegens huurschuld en wat zijn effectieve interventies voor de preventie van huisuitzetting?. Dat is de centrale vraag van het onderzoeksproject dat GG&GD Utrecht en UMC St. Radboud gezamenlijk uitvoeren in Amsterdam, Leiden, Nijmegen, Rotterdam en Utrecht. Deelnemers worden geworven onder mensen tegen wie een procedure bij de kantonrechter is gestart voor ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.

Uitgangspunt en toetsteen van het onderzoek is het model van sociale kwaliteit van Van der Maessen en Walker (2005). Lees hier verer >>  


 

Project Prestatie-indicatoren OGGZ
Hoe presteren de gezondheidssystemen? Die vraag is belangrijk voor gemeenten die gezondheidsbeleid maken. Heldere prestatie-indicatoren voor de OGGZ zijn een voorwaarde voor goede sturing. Daarom is in 2009 gestart met de voorbereidingen voor een set van indicatoren die wetenschappelijk onderbouwd is, de belangrijkste domeinen voor sturing door het beleid inzichtelijk maakt en die door de praktijk onderschreven wordt als goede maten voor de kwaliteit van zorg.

Dit project (een samenwerking van GGD Amsterdam en het AMCbeoogt de verschillende initiatieven en de ervaringen met hulpverlening aan deze doelgroep in binnen- en buitenland kaart te brengen en te komen tot een advies voor hulpverlening aan deze groep.

Elke stad heeft een groep chronisch alcoholisten die in de openbare ruimte alcohol gebruiken, overlast veroorzaken en zichtbaar teloorgaan ten gevolge van hun alcoholgebruik en leefstijl. Het betreft een groep die veel in contact komt met politie en, naast andere problemen, vooral een gebrek hebben aan zinvolle dagbesteding. Er zijn verschillende initiatieven om voor deze doelgroep een hulpaanbod te creëren, maar een goed samenhangend aanbod is nog niet aanwezig.