Urban Social Exclusion Research
Home > Lopend en afgesloten onderzoek

Lopend en afgesloten onderzoek

Suicidepreventie in de G4

In het onderzoek 'Suicide in de vier grote steden 1969-2012: omvang en trends'dat is uitgevoerd door de GGD Den Haag met financiering van G4-USER, komen verschillen naar voren die niet kunnen worden verklaard door een andere populatieomvang of leeftijdsopbouw. Verklaringen moeten daarom worden gezocht in een verschillende verdeling van andere risicofactoren, zoals de verdeling van alleenstaanden, werklozen, laag betaalden, etnische groepen etc. Deze risicofactoren zijn bij het Centraal Bureau voor de Statistiek voorhanden, en worden voor dit onderzoek beschikbaar gesteld. Centrale vraag van het onderzoek is dan ook: welke (combinatie van) risicofactoren, -situaties, en -omstandigheden hebben bijgedragen aan suicide bij personen uit de G4 in de afgelopen tien jaar? De beinvloedende factoren van de G4 als geheel en per grote stad afzonderlijk worden vergeleken met landelijke gegevens. Daarnaast wordt een vergelijking gemaakt tussen de grote steden onderling. De kennis over de (verschillende) beinvloedende factoren zal worden gebruikt om concrete aanknopingspunten te bieden voor het beleid voor suicidepreventie. Hiertoe wordt ondermeer, naast wetenschappelijke tijdschriften, gepubliceerd in tijdschriften met een breder samengesteld publiek uit de beleidssector. Daarnaast wordt de bestaande G4 suicide klankbordgroep, bestaande uit gemeentelijke lijkschouwers en beleidsmedewerkers G4, voortgezet. Resultaten van hen onderzoek worden aan hen teruggekoppeld en implementaties worden besproken.

Vanuit de Gemeente Den Haag is betroken Etienne Huberts (beleid) Renske Gilissen, Irende Burger, Marian Luinstra, Geertje Ariens (allen GGD Den Haag), Bert van Hemert (LUMC) en vanuit het CBS Kim de Bruin, Hilda Folkerts. Voor meer informatie kunt u terecht bij de projectleider en onderzoeker Renske Gilissen, email: Renske.gilissen@denhaag.nl

 

Peer Research in het volwassenen OGGZ onderzoek

Peer research, het inschakelen van leden uit de groep waarop het onderzoek betrekking heeft, is binnen het volwassenen onderzoek in de OGGZ in Nederland, een weinig toegepaste methode. Van recente datum en nieuw voor Nederland is peer research met een longitudinaal karakter waaraan volwassen peers deelnemen. Binnen G4 USER betreft het het project alleenstaande mannen in de bijstand. De GG&GD Utrecht, het Trimbos-instituut en de Stadsbrug zijn in 2012 gestart met het (ex-)daklozen panel Meetellen in Utrecht. Beide onderzoeksprojecten worden geevalueerd met als doel te komen tot aanbevelingen voor de opzet, organisatie en uitvoering van peer research in de OGGZ. Vanuit Amsterdam zijn betrokken: Matty de Wit, Tjerk Kamann (beiden GGD Amsterdam) en vanuit Utrecht Dick Reinking en Addi van Bergen (beiden GG&GD Utrecht), Harry Michon (Trimbos instituut, projectleiding OGGZ-panel Utrecht), Annemieke Dijk en Thomas Jacometti (Stadsbrug Utrecht, coordinatie peers Utrecht). Voor meer informatie kunt u terecht bij de projectleider Addi van Bergen, GG&GD Utrecht, a.van.bergen@utrecht.nl


Het meten van sociale uitsluiting in de G4 (en daarbuiten) met gezondheidsenquetes

Binnen de academische werkplaats G4-User is op initiatief van de Gemeente Utrecht, GG en GD Utrecht, LUMC en in samenwerking met het SCP een vragenlijst ontwikkeld voor het meten van sociale uitsluiting door GGD’en. Deze vragenlijst sluit aan bij de standaardvraagstellingen die gebruikt worden in GGD gezondheidsenquêtes.
Het doel van dit project is tweeledig:
- Het ontwikkelen van een landelijk toepasbaar instrument dat GGD’en in staat stelt sociale
uitsluiting in de bevolking te meten.
- Het in kaart brengen van de mate van sociale uitsluiting in de G4 in vergelijking met landelijk en het identificeren van groepen die in hoge mate sociaal uitgesloten zijn.
Het onderzoek maakt deel uit van een promotietraject. De meting wordt in het najaar 2012 uitgevoerd als onderdeel van de gezondheidsenquete die door de GGD’en in Nederland onder de bevolking van 19 jaar en ouder wordt uitgevoerd. Naast de G4 nemen inmiddels al 14 andere GGD’en de vraagstelling over sociale uitsluiting op in de enquête onder volwassenen en ouderen. In totaal bestrijken deze 18 GGD- en 63% van de Nederlandse bevolking. Deelnemende GGD-en zijn de  GGD Amsterdam, GGD Den Haag, GGD Gelre-Ijssel,
GGD Gooi en Vechtstreek, GGD Hart voor Brabant, GGD Hollands Midden, GGD IJsselland, GGD Limburg-Noord, GGD Midden-Nederland, GGD Nijmegen, GGD Rivierenland, GGD Rotterdam-Rijnmond, GGD Twente, GG&GD Utrecht, GGD Zeeland, GGD Zuid Limburg, GGD Zuid-Holland West en Veiligheids0 en Gezondheidsregio Gelderland-Midden. Voor meer details en informatie over de verdere ontwikkeling van het meetinstrument wordt verwezen naar de projectleider van het onderzoek Addi van Bergen van de GG en GD te Utrecht: a.van.bergen@utrecht.nl 

 

Participatie van de doelgroepen in de OGGZ: het meest adequate meetinstrument

Participatie is één van de prioriteiten voor de tweede fase Plan van Aanpak MO. Gemeentelijk wordt veelal gebruik gemaakt van de participatieladder, vanaf 2012 mogelijk verplicht voor alle Sociale Diensten. De vraag is of deze ladder zich goed leent voor doeleinden van het PvA MO. Daarnaast is de vraag hoe dit instrument zich verhoudt tot de zelfredzaamheidsmatrix, die G4 breed ingezet zal worden voor het vaststellen van mogelijkheden en beperkingen  van de doelgroep van het PvA MO fase 2 en het volgen van effecten van het PvA MO tot 2014.

Onder leiding van UMC Radboud wordt met financiele ondersteuning vanuit het Klein maar Fijn budget van G4-USER onderzoek gedaan naar het meest adequate instrument. Klik hier voor meer informatie

Monitoring en preventie van suïcide in de G4

Onder leiding van het LUMC en de GGD Den Haag is met financiele bijdrage vanuit het Klein maar Fijn budget van G4 USER, gestart met de monitoring en preventie van suïcide vanuit de publieke gezondheidszorg in de G4. In Nederland zijn grote regionale verschillen in de wijze waarop preventie van suïcide wordt uitgevoerd.  

Doel van dit project is het opzetten van een systematische monitoring van suïcides voor Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht, bestaande uit:

-Het systematisch bepalen van de gestandaardiseerde incidentie van suïcide naar leeftijd, geslacht, etniciteit en huwelijkse staat;

-Het vaststellen van de lokale suïcidetrends over de tijd;

-Het vaststellen van een benchmark ten opzicht van de gemiddelde Nederlandse incidentie van suïcide, en;

-Het identificeren van lokale risicofactoren en risicosituaties, die aanknopingspunt kunnen zijn voor suïcidepreventie.

 Het onderzoek wordt uitgevoerd in de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. In alle gevallen van een (vermoeden op) suïcide schouwen gemeentelijke lijkschouwers het stoffelijke overschot en beoordelen de omstandigheden van overlijden. Dit met het doel een eventuele onnatuurlijke dood (waaronder suïcide) vast te stellen. Hiervan wordt systematisch verslag gedaan. Dit levert belangrijke (aanvullende) informatie op voor analyse van risicosituaties en – omstandigheden van fataal suïcidaal gedrag.

Klik hier voor meer informatie. 

Aanpak woningvervuiling en effectiviteit in de G4

De aanpak van woningvervuiling en het voorkomen van recidieven verschilt per stad. Evidence-based richtlijnen ontbreken. In Rotterdam zijn er bijvoorbeeld jaarlijks twee gevallen van een gedwongen schoonmaak in verband met woningvervuiling en in Amsterdam zouden dit er 100 zijn. Het is niet bekend wat de overige verschillen in werkwijze zijn bij de aanpak woningvervuiling door de GGD-en van de G4. In dit pilot onderzoek getrokken door GGD Rotterdam en de Erasmus Universiteit en ondersteund vanuit het Klein maar Fijn budget van G4-USER wordt de eerste stap gezet voor een vergelijkend onderzoek tussen de vier grote steden naar verschillen in aanpak van woningvervuiling en de effectiviteit ervan.

Overlastgevende alcoholisten: wat is een goed hulpaanbod? 

Elke stad heeft een groep chronisch alcoholisten die in de openbare ruimte alcohol gebruiken, overlast veroorzaken en zichtbaar teloorgaan ten gevolge van hun alcoholgebruik en leefstijl. Het betreft een groep die veel in contact komt met politie en, naast andere problemen, vooral een gebrek hebben aan zinvolle dagbesteding. Er zijn verschillende initiatieven om voor deze doelgroep een hulpaanbod te creëren, maar een goed samenhangend aanbod is nog niet aanwezig.

Dit project beoogt de verschillende initiatieven en de ervaringen met hulpverlening aan deze doelgroep in binnen- en buitenland kaart te brengen en te komen tot een advies voor hulpverlening aan deze groep. Klik hier voor meer informatie. 

Onderzoek Winterkoudeopvang

De meeste voormalig daklozen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hebben via het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang op dit moment huisvesting, legale inkomsten en zorg. Desondanks slapen er nog mensen buiten. Dit zijn er volgens schattingen minder dan vorig jaar (250 versus 290). Bijna driekwart van de daklozen die in 2012 buiten slaapt heeft geen regiobinding met de stad en kan daardoor geen rechtmatig beroep doen op structurele zorg. Het aandeel daklozen uit de nieuwe EU lidstaten stabiliseert rond gemiddeld 22%. Dit blijkt uit onderzoek in de G4 door de Academische Werkplaats G4-USER. Dit onderzoek, waarin het aantal daklozen en hun kenmerken in kaart worden gebracht, is de afgelopen winterperiode voor het tweede jaar uitgevoerd. Klik hier voor het rapport in PDF formaat .


Project Mankracht
Hoe is de leef- en gezondheidssituatie van alleenstaande mannen met een bijstandsuitkering? Dit wordt onderzocht in het project Mankracht. Het project is in 2008 gestart en wordt uitgevoerd door de GGD Amsterdam en INGeest/VU MC. De eerste meting is inmiddels afgerond en de resultaten zijn teruggekoppeld via een symposium. Een tweede meting onder dezelfde respondenten zal in 2012 plaatsvinden, met financiering van ZonMw.
In dit project is een deel van de doelgroep getraind om samen met de onderzoekers het onderzoek uit te voeren.

Waarom dit project? Lees hier verder.

Onderzoek voorspellers van huisuitzetting vanwege huurachterstand en profielen van huishouden met een hoog risico op huisuitzetting

Wat zijn voorspellers en risicofactoren bij huisuitzetting wegens huurschuld en wat zijn effectieve interventies voor de preventie van huisuitzetting?. Dat is de centrale vraag van het onderzoeksproject dat GG&GD Utrecht en UMC St. Radboud gezamenlijk uitvoeren in Amsterdam, Leiden, Nijmegen, Rotterdam en Utrecht. Deelnemers worden geworven onder mensen tegen wie een procedure bij de kantonrechter is gestart voor ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
Uitgangspunt en toetsteen van het onderzoek is het model van sociale kwaliteit van Van der Maessen en Walker (2005). Lees hier verder.  

Project Prestatie-indicatoren OGGZ
Hoe presteren de gezondheidssystemen? Die vraag is belangrijk voor gemeenten die gezondheidsbeleid maken. Heldere prestatie-indicatoren voor de OGGZ zijn een voorwaarde voor goede sturing. Daarom is in 2009 gestart met de voorbereidingen voor een set van indicatoren die wetenschappelijk onderbouwd is, de belangrijkste domeinen voor sturing door het beleid inzichtelijk maakt en die door de praktijk onderschreven wordt als goede maten voor de kwaliteit van zorg.

Dit is een project van de GGD Amsterdam in samenwerking met het AMC. Voor contactinformatie klik hier.

Elke stad heeft een groep chronisch alcoholisten die in de openbare ruimte alcohol gebruiken, overlast veroorzaken en zichtbaar teloorgaan ten gevolge van hun alcoholgebruik en leefstijl. Het betreft een groep die veel in contact komt met politie en, naast andere problemen, vooral een gebrek hebben aan zinvolle dagbesteding. Er zijn verschillende initiatieven om voor deze doelgroep een hulpaanbod te creëren, maar een goed samenhangend aanbod is nog niet aanwezig.

Dit project beoogt de verschillende initiatieven en de ervaringen met hulpverlening aan deze doelgroep in binnen- en buitenland kaart te brengen en te komen tot een advies voor  hulpverlening aan deze groep.

Elke stad heeft een groep chronisch alcoholisten die in de openbare ruimte alcohol gebruiken, overlast veroorzaken en zichtbaar teloorgaan ten gevolge van hun alcoholgebruik en leefstijl. Het betreft een groep die veel in contact komt met politie en, naast andere problemen, vooral een gebrek hebben aan zinvolle dagbesteding. Er zijn verschillende initiatieven om voor deze doelgroep een hulpaanbod te creëren, maar een goed samenhangend aanbod is nog niet aanwezig.

Dit project beoogt de verschillende initiatieven en de ervaringen met hulpverlening aan deze doelgroep in binnen- en buitenland kaart te brengen en te komen tot een advies voor  hulpverlening aan deze groep.